Wat is kangoeroewonen?

Kangoeroewonen betekent letterlijk: bij een ander in de buidel wonen

Wanneer twee of drie generaties samenwonen in hetzelfde huis maar toch apart, spreken we van kangoeroewonen. Ook samenwonen met broer, zus of andere eerste- of tweedegraads familieleden valt hieronder. Bij kangoeroewonen kan onderscheid gemaakt worden in een kangoeroewoning en een mantelzorgwoning

Een kangoeroewoning is een huis met twee (of meerdere) zelfstandige woonruimtes. Zo’n huis kun je op deze manier laten bouwen. Je kunt er ook voor kiezen om een bestaand pand op te splitsen of uit te breiden.

Een mantelzorgwoning is een huis waarbij een zelfstandige unit in de tuin (of op het erf) wordt geplaatst. Ook een aanbouw, verbouwde garage of tuinhuis kan onder deze noemer vallen.

Kangoeroewonen en de juiste hypotheek

De meeste banken in Nederland staan niet te springen om het idee van meerdere generaties in één woning. Gevreesd werd dat zich mogelijk situaties kunnen voordoen waarbij hypotheekachterstand ontstaat. In dat geval hebben meerdere medebewoners recht op huurbescherming. Dit zou uiteindelijk kunnen leiden tot daling van de woningwaarde. Bij het aanvragen van een hypotheek worden dit soort gevallen dan ook vaak uitgesloten.

Familiehypotheek: voor meerdere generaties

Tijden veranderen echter. Zodoende is er sinds kort de mogelijkheid om een familiehypotheek te nemen. Dit biedt uitkomst voor mensen die willen samenwonen met familieleden. Met de familiehypotheek krijgen families met samenwoonplannen ondersteuning en wordt er formeel toegestaan dat meerdere generaties onder één dak wonen. Daardoor kunnen er zonder bezwaar dubbele keukens of badkamers in een huis worden gezet of een zorgcontainer in de tuin worden geplaatst.

Samenwonen: wat moet je vastleggen?

Woon je samen of ga je binnenkort samenwonen? Dan is het slim om je relatie officieel vast te leggen in een samenlevingscontract of geregistreerd partnerschap.

Stel gaat samenwonen

Samenwonen heeft gevolgen voor je financiële situatie. Jullie voeren immers samen een huishouden en maken kosten voor het huis, energie, lokale belastingen en de dagelijkse boodschappen. Maar als je niet vastlegt dat je samenwoont, verandert er voor de wet niets aan jullie status. Juridisch gezien blijven jullie alleenstaanden.

Geen rechten en plichten

Dat betekent onder andere dat jullie volgens de wet geen rechten en plichten hebben ten opzichte van elkaar. Daardoor zijn er geen gezamenlijke eigendommen, tenzij jullie dit uitdrukkelijk hebben laten vastleggen door een notaris.

Omdat jullie voor de wet alleenstaanden zijn, geldt er ook geen onderhoudsplicht. Het gevolg daarvan is dat geen van beiden recht heeft op partneralimentatie als jullie besluiten uit elkaar te gaan.

Geen fiscaal partner

Verder kunnen samenwoners die niets op papier hebben laten zetten geen fiscaal partner van elkaar zijn. Dit betekent dat jullie niet kunnen profiteren van elkaars fiscale ruimte en de mogelijkheid om te schuiven met aftrekposten. Overigens kunnen jullie wel elkaars toeslagpartner zijn, bijvoorbeeld voor de huurtoeslag.

Willen jullie het op een andere manier regelen? Dan moet je officieel vastleggen dat jullie een relatie hebben. Dat kan door middel van een samenlevingscontract, een geregistreerd partnerschap of een huwelijk.

Erfenis en pensioen

Als je ongehuwd samenwoont zonder geregistreerd partnerschap en elkaars erfgenaam wilt zijn, moet je een testament laten opstellen. Een samenlevingscontract biedt geen uitkomst, omdat het niet mogelijk is om elkaar hierin tot volledige erfgenaam te benoemen. Je kunt er hooguit in opnemen dat jullie gezamenlijke bezittingen naar de ander gaan. Als jullie geen testament hebben, gaat bij overlijden van één van de partners de rest van de erfenis naar de naaste verwanten van de overledene.

Voor pensioen geldt precies hetzelfde. Als er niets op papier staat, hebben samenwonende partners geen recht op – een deel van – elkaars pensioen. Dat geldt niet alleen voor het ouderdomspensioen, maar ook voor het nabestaandenpensioen.

Gemeenschap van goederen

Kiezen jullie voor een geregistreerd partnerschap of gaan jullie trouwen? Houd er dan rekening mee dat trouwen in algehele gemeenschap van goederen niet langer de standaard is. Alleen het vermogen dat jullie opbouwen tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap is van jullie allebei. Willen jullie dat alle bezittingen onder het gezamenlijke huwelijksvermogen vallen? Dan moeten jullie dit laten vastleggen in huwelijksvoorwaarden.

Wat is de beste keuze?

Wil je weten wat voor jullie de beste manier is om vast te leggen dat jullie samenwonen? Wij geven jullie praktische tips en helpt om de alternatieven helder op een rij te zetten. Maak gerust eens een afspraak bij een notaris. Die helpt je ermee en kan de keuzes voor je vastleggen.

De meeste ondernemers hebben een hekel aan AOV’s, maar waarom?

Bijna elke maand verschijnt er wel een nieuw onderzoek naar AOV’s en de uitkomsten zijn bijna altijd hetzelfde. Zo vinden de meeste ondernemers ze te duur en te ingewikkeld. Maar klopt die gedachte eigenlijk wel?

De belangrijkste uitkomsten van de AOV- onderzoeken op een rijtje:

  1. Ondernemers vinden AOV’s te duur.
  2. Er is weinig vertrouwen dat verzekeraars ook echt uitkeren als puntje bij paaltje komt.
  3. AOV’s zijn voor veel ondernemers onduidelijk.
  4. Ook sluiten AOV’s vaak niet aan bij de behoeften van ondernemers.
  5. Ondernemers schatten zelf de kans dat ze ziek worden veel te laag in.

Dezelfde soort onderzoeken tonen ook aan dat veel ondernemers zich niet echt verdiepen in de materie. Zou het dan niet beter zijn om gewoon betere voorlichting over een AOV te gaan geven? Laten we eens wat dieper ingaan op de specifieke uitkomsten.

Zijn AOV’s echt te duur?

Het ligt er maar aan hoe je het bekijkt. Als je het idee hebt dat een verzekeraar toch niet uitkeert, dan is een arbeidsongeschiktheidsverzekering al gauw te duur. Net als dat je je kans om ziek te worden te laag inschat natuurlijk. Maar draai het eens om. Een AOV kost per maand niet meer dan 2 tot 3 declarabele uren. In het geval dat je een goede verzekeraar hebt die ook echt uitkeert, vallen de kosten per maand toch best mee. Bovendien zijn er vaak ook allerlei kortingen mogelijk.

Keren verzekeraars nooit uit?

Omdat veel mensen een AOV te duur vinden, komen verzekeraars soms met uitgeklede (en goedkopere) polissen op de markt. De bijbehorende voorwaarden zijn alleen vaak zo onzinnig dat de kans op uitkeren nihil is. Een aantal voorbeelden van dat soort voorwaarden zijn:

  • De verzekeraar keert bij een hersenbloeding pas uit wanneer de patiënt niet meer in staat is zich zelfstandig te wassen.
  • De verzekeraar keert uit bij tumoren die een abnormale groei vertonen. Maar wie bepaalt wat abnormaal is?
  • Er geldt een wachttijd van 360 dagen.
  • De verzekeraar keert uit op basis van gangbare arbeid. Dat betekent dat je als accountant misschien nog best komkommers kunt plukken.

Toch blijkt in de praktijk dat heel veel ondernemers hier dus ooit zelf voor getekend hebben, met alle gevolgen van dien als er daadwerkelijk iets aan de hand is. Kijk dus goed naar de voorwaarden als je een (goedkope) polis wilt gaan afsluiten.

Zijn AOV’s onduidelijk?

In het verleden kwam dat inderdaad best vaak voor, iets wat ervoor gezorgd heeft dat verzekeraars hun voorwaarden in begrijpelijke taal herschreven hebben. Toch blijft het vooroordeel bestaan over de onbegrijpelijkheid van verzekeringspolissen. Ondernemers doen vaak niet eens moeite meer en de meeste ondernemers tekenen gewoon bij het kruisje. Wij nemen zelf de polis altijd uitgebreid met onze cliënten door en geven deze gearceerd aan hen mee naar huis om allesn nog eens rustig na te lezen. Op die manier blijkt achteraf dat ze eigenlijk helemaal niet onduidelijk zijn.

Sluiten AOV’s niet aan op de behoeften van ondernemers?

Dat kunnen we ons eigenlijk niet meer voorstellen. Er zijn talloze producten op de markt voor de meest uiteenlopende doelgroepen. Helaas zijn er wel veel tussenpersonen die maar met enkele partijen samenwerken. Het gevolg: het lijkt dan inderdaad alsof het aanbod beperkt is. Ondernemers hebben daarom vooral veel baat bij een goed advies van een onafhankelijk adviseur met toegang tot een breed scala aan producten.

Schatten ondernemers de kans op ziekte te laag in?

We denken inderdaad allemaal dat we niet ziek gaan worden. Of in elk geval niet ernstig of langdurig. Toch is het zo dat 30 procent van de ondernemers ooit te maken krijgt met ziekte.

Samenvattend kunnen we zeggen dat het imago van AOV-verzekeraars niet al te best is. Maar dit is lang niet altijd op feiten gebaseerd. Door te zorgen voor goede voorlichting is dit imago flink op te poetsen. En geholpen worden door een sterke adviseur, met flinke collectiviteitskortingen, helpt natuurlijk ook mee. Want wie bespaart op de premie in plaats van op de voorwaarden, komt nooit bedrogen uit.

 

Consument niet bewust van impact private lease op leencapaciteit

Private lease heeft veel voordelen. Je wordt ontzorgd, betaalt een vast bedrag per maand en hoeft niet te sparen voor aankoop van een auto. De keerzijde is dat het een grote impact kan hebben op de leencapaciteit bij een hypotheekaanvraag. Veel consumenten zijn zich daar niet van bewust.

Hoe vaak komen wij private lease tegen bij klanten die komen voor een hypotheek?

Steeds vaker. Vorige week had ik bijvoorbeeld nog een stel starters aan tafel. De vrouw had drie maanden geleden een private leasecontract gesloten en dat kostte ze 35.000 euro leencapaciteit. Nou paste het wel omdat ze niet maximaal financierden, maar ze waren zich niet bewust van hoeveel impact het leasen van een auto heeft. Dat vind ik zeer opvallend: mensen overzien de gevolgen van het sluiten van zo’n contract niet altijd.

Wat is daaraan te doen?

Als je de kleine lettertjes leest, staat in de contracten van de auto-aanbieders wel dat dit in het BKR geregistreerd wordt. Maar mensen vinden het lastig om te begrijpen wat dat betekent en om te zien dat de 300 euro die zij per maand betalen voor hun leasecontract maar liefst 35.000 euro scheelt op de hoofdsom van een hypotheek. Naar mijn mening zou die communicatie vanuit aanbieders veel duidelijker moeten.

Komt het ook voor dat een aankoop door private lease niet doorgaat?

Dat heb ik nog niet meegemaakt. De klant komt bijna altijd eerst de temperatuur opnemen, even kijken wat hij kan lenen. Bij de inventarisatie komt een eventueel private leasecontract dan ter sprake. Hetzelfde geldt voor studieleningen bij DUO. Als je toevallig beiden hebt, levert dat nog wel eens een negatief antwoord op. Maar dit probleem wordt met name veroorzaakt doordat mensen te weinig sparen.

Ze zouden een auto gewoon moeten kopen?

Kopen is altijd voordeliger dan leasen, want in dat laatste zit toch altijd een verdienmodel. Ik verbaas me er soms over hoe weinig spaargeld mensen hebben. Dat geldt zowel voor starters als doorstromers. Tegenwoordig willen mensen ontzorgd worden, een vast bedrag betalen, geen onderhoud hebben en na drie jaar een nieuwe auto krijgen. Als je zelf moet sparen ben je veel langer bezig. Ik begrijp dus wel waarom mensen het doen, alleen ze baseren zich daarbij niet allemaal op de goede feiten.

Pascale van Heugten

Juiste bewaartermijn van administratie particulieren

Veel mensen bewaren al hun papieren veel te lang. Om maar even een voorbeeld te noemen: het polis blad van de zorgverzekering krijg je elk jaar opnieuw, telt gemiddeld 40 pagina’s en neemt dus ruimte in de kast in. En dat terwijl deze zo opnieuw is op te vragen bij de zorgverzekeraar, en waarschijnlijk ook op het internet te vinden is.

Maar wat is dan wel de juiste termijn voor het bewaren van alle papieren? We hebben alles eens voor je op een rijtje gezet.

Je leven lang

  • Notariële stukken (bijv. testamenten, akten)
  • Diploma’s, certificaten en getuigschriften
  • Arbeidscontracten
  • Inentingspapieren
  • Jaaropgaven en -overzichten
  • Medische documenten
  • Trouwboekje-samenlevingscontract
  • Geboorte-adoptie-erkenningspapieren

5 jaar (particulieren)

  • Belastingpapieren
  • Salarisstroken
  • Bankafschriften

Particulieren zijn niet wettelijk verplicht hun administratieve gegevens (zoals bankafschriften en loonstrookjes) te bewaren. Maar de belastingdienst mag tot 5 jaar terug belasting navorderen. Daarom is het verstandig om je administratie in ieder geval 5 jaar te bewaren.

7 jaar (ondernemers)

  • Grootboek
  • Debiteuren- en crediteurenadministratie
  • In- en verkoopadministratie
  • Loonadministratie
  • Voorraadadministratie
  • Papieren m.b.t. onroerende goederen moet je minimaal 10 jaar bewaren

Tot het einde van de overeenkomst

  • Verzekeringspolissen (alleen laatste exemplaar)
  • Lidmaatschapsbewijzen/abonnementen (alleen laatste exemplaar)
  • Pensioenoverzichten
  • Garantiebewijzen/aankoopbonnen
  • Servicecontracten
  • Arbeidsovereenkomst
  • Huurcontract
  • Autopapieren incl. rekeningen garage zolang de auto eigendom is.

Ouder worden, bereid je voor op de toekomst

Stel je vermogen zeker

Hoe zit het met het huwelijksvermogensrecht, schenkingsrecht en erfrecht?

De kans is groot dat je in je leven een vermogen hebt opgebouwd. Dit vermogen kan bijvoorbeeld bestaan uit spaargeld, aandelen en/of een tweede woning. Maar ook schulden of een krediet bij een webwinkel vallen onder het vermogen.

Over je vermogen betaal je in principe belasting. Dit is afhankelijk van de waarde van de bezittingen en de hoogte van de schulden: de waarde van de bezittingen moet hoger zijn dan de waarde van je schulden.

Naarmate je ouder wordt, kan het voordeel opleveren om je financiële nalatenschap te plannen: Estate planning. Houd hierbij rekening met het huwelijksvermogensrecht, het schenkingsrecht en het erfrecht.

Huwelijksvermogensrecht

Ben je voor 1 januari 2018 getrouwd? Dan ben je in principe getrouwd in gemeenschap van goederen, tenzij anders aangegeven. Dit betekent dat al je vermogen – zowel bezittingen als schulden – gemeenschappelijk bezit zijn. Hetzelfde geldt voor stellen die een samenlevingscontract hebben afgesloten. Voor huwelijken die na 1 januari 2018 zijn afgesloten geldt dat je in principe in beperkte gemeenschap van goederen trouwt. Privé vermogen en vermogen gekregen uit schenkingen of erfenissen vallen buiten het gemeenschappelijk bezit. Wil je dit anders regelen? Dan moet je dit vast laten leggen bij de notaris.

Schenkingsrecht

Tijdens je leven kun je schenkingen doen. Op deze manier kun je de erfenis verkleinen, zodat er minder erfbelasting betaald hoeft te worden. In 2019 zijn schenkingen tot € 2.173 vrij van schenkbelasting. Schenk je aan je kinderen? Dan is een schenking tot € 5.428 vrij van schenkbelasting. Daarnaast kun je gebruikmaken van de eenmalig verhoogde vrijstelling. Door een deel van je vermogen te schenken, betalen de erfgenamen over het algemeen minder erfbelasting. Let op: schenkingen die binnen 180 dagen voor een overlijden zijn gedaan, gelden voor de erfbelasting wel als erfenis. Over deze schenkingen moet dus gewoon erfbelasting worden betaald. Een evenredig deel van de schenkbelasting die eerder over deze schenkingen is betaald, wordt verrekend met de erfbelasting. Er is 1 uitzondering op deze regel: erfgenamen betalen geen erfbelasting als de schenking binnen 180 dagen voor overlijden is gedaan en zij gebruik hebben gemaakt van de eenmalig verhoogde vrijstelling voor schenkingen.

Erfrecht

Heb je geen testament op laten stellen? Dan bepaalt het erfrecht wie je erfgenamen zijn en hoeveel zij erven. Over het algemeen erven dan alleen je echtgenoot of geregistreerd partner en je bloedverwanten. Wil je zelf bepalen wie wat krijgt na jouw overlijden en bijvoorbeeld ook de kleinkinderen iets schenken? Dan kun je dit vast laten leggen in een testament door de notaris. Meer informatie over het erfrecht vind je hier op de website van de Belastingdienst. Houd er rekening mee dat een erfenis niet alleen bestaat uit alle bezittingen, maar ook uit schulden die je eventueel achterlaat. En hoe zit het met de erfbelasting? Wat als jouw partner eerder komt te overlijden dan jij? Er zijn veel zaken om over na te denken.

Kom je er niet uit? Wij als financieel adviseur of de notaris kan je hier meer over vertellen.

Erfenisrecht gehuwden? Hoe werkt dit?

Regel de erfenis

Je wilt er niet bij stilstaan, maar toch is het belangrijk om je erfenis te regelen. Als jij komt te overlijden wil je natuurlijk dat je partner goed achterblijft. Dit doe je door over de erfenis na te denken en dit vast te leggen in een testament.

Samenwonen en erven

Als jij en je partner samenwonen en er één van de twee komt te overlijden, erven jullie niet automatisch van elkaar. Wanneer er niets is vastgelegd in het testament of in het samenlevingscontract gaan alle bezittingen van de persoon die overleden is naar de ouders, broers en zussen. Hebben jullie bijvoorbeeld samen het huis ingericht? Dan gaat de helft van de inrichting naar de familie van je partner. Het is echter wel mogelijk om in het samenlevingscontract afspraken vast te leggen over jullie bezittingen. Je kunt bijvoorbeeld vastleggen dat de woning en jullie gezamenlijke bezittingen in geval van overlijden eigendom worden van de andere partner. Op basis van het samenlevingscontract hoeven de bezittingen daarom niet verdeeld te worden over de familie.

Trouwen/geregistreerd partnerschap en erven

Wanneer jij je handtekening zet onder een huwelijksakte of akkoord gaat met het geregistreerd partnerschap, worden jullie automatisch elkaars erfgenaam. Is er niets vastgelegd in een testament, dan erf jij automatisch van je partner wanneer hij of zij komt te overlijden. Deze erfenis moet wel gedeeld worden met eventuele kinderen. Deze regels gelden voor zowel getrouwde stellen als partners die wettelijk geregistreerd staan in de burgerlijke stand.

Testament

Als je komt te overlijden, bepaalt de wet je erfenis. Je kunt echter ook zelf bepalen wat er met jouw bezittingen moet gebeuren. Dit doe je door de erfenis vast te laten leggen in een testament. In een testament kun je bijvoorbeeld op laten nemen wie je erfgenamen zijn en welk deel zij krijgen. Wil je personen uit de erfenis schrappen of juist aan de lijst met erfgenamen toevoegen? Dan kun je dit ook vast laten leggen in het testament. Ook leg je in je testament vast wie de erfenis moet afhandelen. Tot slot is het mogelijk om in het testament vast te laten leggen wie het recht krijgt om in de woning te blijven wonen. Als je niks vastlegt in een testament, dan erven de partner én kinderen. Hebben jij en je partner samen een huis én heb je kinderen, dan moeten je partner en je kinderen de waarde van de (helft van de) woning verdelen. In het testament kun je vastleggen dat 1 erfgenaam na jouw dood het vruchtgebruik krijgt van de woning. Dat betekent dat hij of zij in de woning mag blijven wonen zonder dat daar een vergoeding voor betaald dient te worden. De andere erfgenamen blijven mede-eigenaar van de woning, maar zij mogen er zelf niet gaan wonen, de woning slopen, verbouwen of verkopen.

 

Een duurzame verbouwing financieren

Steeds meer huiseigenaren zijn geïnteresseerd in duurzaam verbouwen. Dat is ook niet zo verwonderlijk. Het is niet alleen goed voor het milieu maar uiteindelijk ook voor je portemonnee. Je kunt flink besparen op je energierekening door bijvoorbeeld een energiezuinige ketel, of zonnepanelen te plaatsen of door het aanbrengen van extra isolatie. Maar hoe kun je zo’n duurzame verbouwing financieren? Wij lichten je de mogelijkheden toe.

Hypotheek duurzaam verbouwen

Je kunt energiebesparende voorzieningen meefinancieren in je hypotheek. Sinds 2018 kun je maximaal 100% van de waarde van de woning aan hypotheek krijgen. Als je je huis energiezuiniger wilt maken dan gelden er andere regels. Je kunt dan tot 106% van de waarde van de woning lenen. Je moet het bedrag boven de 100% dan wel besteden aan energiebesparende maatregelen.

Duurzaam verbouwen en NHG

Wil je een hypotheek afsluiten met NHG dan kun je ook meer lenen. De NHG-kostengrens in 2019 is € 290.000 (in 2018 € 265.000). Wil je investeren in energiebesparende maatregelen dan stijgt de kostengrens naar € 307.400 ( in 2019 € 280.900). Die extra financieringsruimte moet je wel besteden aan de energiebesparende maatregelen.

Meer lenen bij energiebesparende maatregelen

Bij het bepalen van je maximale hypotheek kijkt de geldverstrekker onder andere naar je inkomen. Wil je energiebesparende maatregelen toepassen en verdien je (samen met je partner) € 33.000 bruto per jaar of meer? Dan kun je maximaal €9.000 extra lenen. Voorwaarde is wel dat je dit bedrag gebruikt voor energiebesparende voorzieningen.

Als je je huis wilt renoveren naar een ‘nul op de meter’ woning dan kun je op basis van je inkomen zelfs € 25.000 extra lenen. Een ‘nul op de meter’ woning is een woning waarbij in een jaar even zoveel energie wordt opwerkt, dan er wordt verbruikt. Je hebt in dat geval geen of nauwelijks energielasten. Daarom is het verantwoord om meer te lenen.

Rentekorting duurzaam verbouwen

Er zijn ook steeds meer geldverstrekkers die een korting geven op de hypotheekrente als je een energiezuinig huis koopt. Of als je energiebesparende maatregelen doorvoert. De mogelijkheden en voorwaarden verschilt per geldverstrekker. Je hypotheekadviseur kan je hier meer over vertellen.

Duurzaam verbouwen met de Energiebespaarlening

Een van de initiatieven van de overheid is de Energiebespaarlening. Via deze lening kun je voor het toepassen van energiebesparende maatregelen een bedrag van € 2.500 tot € 25.000 lenen tegen een gunstige rente. Wil je je huis renoveren tot een ‘nul op de meter’ woning dan kun je zelfs tot €50.000 lenen. De Energiebespaarlening moet je, afhankelijk van de hoogte van het bedrag binnen 7, 10 of 15 jaar terugbetalen. Dit is sneller dan bij een hypotheek, die mag je namelijk in 30 jaar terugbetalen.

Duurzaamheidslening

Diverse gemeentes stimuleren inwoners om hun huis energiezuiniger te maken. Dit doen ze door het financieel aantrekkelijk te maken door een duurzaamheidslening aan te bieden. Dit is een lening waarmee je tegen een gunstig tarief en voorwaarden energiebesparende maatregelen in je huis kunt toepassen. De duurzaamheidslening wordt niet door elke gemeente in Nederland aangeboden. Op de site van Stimuleringsfonds Volkshuisvesting kun je nagaan welke gemeentes de lening aanbieden. https://www.svn.nl/

Investeringssubsidie Duurzame Energie

De overheid ziet graag dat huishoudens minder gas gebruiken en juist meer duurzame warmte. Je kunt daarom subsidie krijgen als je een zonneboiler, warmtepomp, pelletkachel of biomassaketel plaatst. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van wat je precies aanschaft. Je moet de subsidie binnen 6 maanden na plaatsing van het apparaat aanvragen. Meer informatie hierover vind je op de website van de Rijksdienst van Ondernemend Nederland (RVO).

Welke oplossing past bij jou?

Er zijn dus veel mogelijkheden om energiebesparende maatregelen te financieren. Welke optie het beste is voor jou, is afhankelijk van je wensen en mogelijkheden. Een adviseur kan dit voor jou inzichtelijk maken.

Zo spaar je voor de studie van je kind

Tijdens de gesprekken die ik voer met mijn klanten heb ik het vaak over wensen in de toekomst.

Vaak zijn deze wensen niet eens extravagant, maar juist erg normaal. “Mijn hypotheek wat verder aflossen”. “Mijn kinderen helpen met een fijne start”.

Een appeltje voor de dorst. Mijn klanten zijn zich bewust dat ze hiervoor geld opzij moeten zetten en dat doen ze dan ook keurig elke maand.

Steeds meer van mijn klanten doen het echter anders dan gemiddeld. Zij beleggen in plaats van sparen. Niet omdat ze enorm veel risico willen lopen, maar omdat ze snappen dat het slim is om het anders te doen.

In dit stuk lees je hoe zij succes halen, dat voor jou ook mogelijk is.

Even wat context. Beleggen in dit artikel is niet all-in op een aandeel en hopen. Nee het is gespreid (honderden verschillende aandelen in allerlei landen) beleggen met een lange horizon.
Ik help klanten niet met gouden tips naar enorme onrealistische rendementen. Nee ik help mijn klanten bij het bereiken van hun wensen.

Wat is de truc waardoor mijn klanten een veel hoger rendement halen dan de spaarrekening met hun maandinleg?

Ze beleggen het!

Kijk eens naar het plaatje hieronder:

Je ziet hier gesimuleerd wat een beleggingsportefeuille met een jaarlijkse inleg van 1.000,- in 100% wereldwijde aandelen doet.

Startjaar: het jaar dat je start met inleggen

Jaar rendement: het rendement dat jaar van de 100% aandelenportefeuille

Ontwikkeling storting: De waarde aan het einde van 2018 als je in het startjaar was begonnen met inleggen

Gemiddeld rendement: Gemiddeld rendement over de hele periode dat je belegd hebt

Kies maar een jaar dan meer dan 10 jaar terug ligt. Wat valt je op?

Inderdaad, je gemiddelde rendement is positief. Sterker nog; het slechtste gemiddelde rendement is 6,5% per jaar (1998 en 1997).

Dit komt omdat je periodiek inlegt. Elk jaar inleggen zorgt automatisch dat je zowel hoog als laag inkoopt. Je middelt dus je winst en verlies.

Een ander voordeel is dat je in het begin de waardeontwikkeling redelijk gelijkmatig is. Zeker als je elke maand stort. Je went dus makkelijker aan beleggen.

Als je namelijk eenmalig stort is een daling of stijging van de beurs beter te zien, maar als je dan weer bijlegt dan vallen de schommelingen in waarde mee.

Stel je voor dat je voor je kind iets wilt opbouwen. Wat gebeurt er als je met een looptijd van 18 jaar gaat beleggen in aandelen?

In dit plaatje had 18.000 inleg vanaf 2001 een verdubbeling betekent. Want eind 2018 is het vermogen gegroeid naar 37.330,75.

En dan ben je gestart midden in een beurscrisis en heb je ook nog de financiële crisis achter de kiezen.

Dus wil jij ook wensen bereiken met kleine stapjes? Laten we eens een afspraak maken en bepalen hoeveel jij per maand kunt missen voor later.

De kans is groot dat het meer is dan je denkt!

Ik help je graag.

Alles over roze, grijs, wit en zwart (ziekte-) verzuim

Soorten verzuim: Om uiteenlopende redenen hebben bedrijven in meer of mindere mate te maken met ziekteverzuim van hun werknemers. Dit kan natuurlijk een simpel griepje zijn dat met enkele dagen weer is opgelost. Maar er doen zich ook steeds meer gevallen voor waarbij de oorzaken wat moeilijker direct aan te wijzen zijn. Deze oorzaken hebben veelal te maken met stress of zelfs een burn-out bij de werknemer. Hieraan ten grondslag liggende redenen kunnen uiteenlopen van teveel hooi op de vork nemen, teveel uren draaien of teveel spanning.

Een werknemer presteert over het algemeen het best wanneer er een goede balans bestaat tussen de hoeveelheid stress en de hoeveelheid welbevinden. Er is dus zoiets als teveel en te weinig stress. Wanneer deze balans verstoord is en dit maar lang genoeg doorgaat, belandt de werknemer in een negatieve spiraal. Dit beïnvloed niet alleen de werknemer in kwestie, maar ook de onderneming waar hij of zij werkzaam is. De prestaties van de werknemer zullen bij teveel of juist te weinig stress zienderogen afnemen. Ook de resultaten die wel geboekt worden zullen in mindere mate van optimale kwaliteit zijn.

Dit verschijnsel heeft overigens niets te maken met onwil of een gebrek aan motivatie als er sprake is van teveel stress. Wanneer er sprake is van te weinig stress juist weer wel. Er moet in dat geval gezocht worden naar meer uitdagende werkzaamheden. Het is daarom belangrijk om een goede balans te creëren op de werkvloer tussen stress en ontspanmomenten zodat de resultaten en de productie van de werknemers aanzienlijk zullen toenemen en verbeteren.

Verzuimbeleid

De meeste bedrijven en organisaties houden er een verzuimbeleid op na. Dit houdt in dat zij regels hebben opgesteld die intreden wanneer er sprake is van verzuim. Met een dergelijk beleid proberen de ondernemingen en organisaties ziekte bij werknemers te voorkomen of in ieder geval te reduceren tot een minimum. Hierbij wordt ook preventief gepoogd een zodanig optimaal klimaat te scheppen op de werkvloer van de betreffende organisatie in de hoop dat verzuim minder vaak zal voorkomen.

Soorten verzuim

Wanneer een werknemer ziek is of om andere redenen niet aanwezig kan zijn op het werk, dan is er sprake van verzuim. Verzuim is op te delen in meerdere varianten. Er zijn meerdere soorten verzuim. Zo is er om te beginnen het zogenoemde ‘Wit verzuim’.

Wit verzuim

Bij wit verzuim is er sprake van een medewerker die niet op de werkvloer aanwezig is. Dit kan bijvoorbeeld zijn omdat hij of zij te lang heeft blootgestaan aan teveel stress. Een mogelijk gevolg hiervan is bijvoorbeeld een burn-out. Bij een burn-out ben je zowel emotioneel als fysiek zodanig overbelast gedurende een te lange tijd, dat er letterlijk niets meer uit je handen kan komen. Je bent te moe om enig werk te verzetten. En als je in een zeldzaam geval al enige energie hebt om iets te doen, wordt dat proces weer vertraagd of zelfs gedwarsboomd door je emotionele toestand.

Piekeren neemt de overhand en dit gaat maar door waardoor je in een vicieuze cirkel belandt waar je moeilijk of zelfs niet uitkomt. Bij wit verzuim ben je dan ook aantoonbaar ziek, dit is een vereiste bij wit verzuim. Je kan laten vaststellen dat je ziek bent door bijvoorbeeld een psycholoog of de bedrijfsarts.

Zwart verzuim

In het geval van zwart verzuim is er sprake van een situatie waarbij de medewerker niet op de werkvloer aanwezig is, maar daar eigenlijk geen geldige reden voor heeft. Dit kan bijvoorbeeld zo zijn om dat de werknemer in kwestie simpelweg liever uitslaapt of iets anders gaat ondernemen die dag. Wel doet hij of zij dit dus onder het mom van ziek zijn. Er wordt hier dus misbruik gemaakt van de regels, ook wel fraude genoemd. De werknemer kan in dit geval ook niet aantonen dat hij of zij daadwerkelijk ziek is, simpelweg omdat dit niet het geval is. Mensen die vatbaar zijn voor burn-out, zijn de mensen die vrijwel nooit zwart verzuimen.

Grijs verzuim

Bij grijs verzuim is er sprake van een mix tussen wit verzuim en zwart verzuim. De werknemer in kwestie gaat met aantoonbare klachten ziek naar huis toe. Dit is dan ook objectief vastgesteld door een arts of psycholoog. Hierdoor is hij of zij afwezig van de werkvloer. Vervolgens blijft de werknemer voor langere tijd afwezig, ook al is dit inmiddels medisch gezien niet langer vereist. Er kunnen diverse andere redenen hiervoor aan ten grondslag liggen. Zo kan een werknemer privéproblemen hebben, bijvoorbeeld in de relationele sfeer. Ook zijn dagelijks terugkerende financiële problemen vaak een oorzaak. Door de stress die gepaard gaat met deze reeds bestaande problemen, creëren werknemers er zo steeds meer problemen bij. Een negatieve, vicieuze cirkel zet zich in.

Dit trekt emotioneel gezien een zodanig zware wissel op het dagelijkse bestaan dat dit een aanleiding kan zijn om geen puf te hebben om op het werk te verschijnen. Zo komt het ook geregeld voor dat wanneer een werknemer bijvoorbeeld een slechte verhouding heeft met zijn of haar baas, de werknemer besluit niet langer te komen opdagen. Bijvoorbeeld omdat de werkdruk te hoog ligt. Dit brengt dagelijks veel stress met zich mee, om nog maar te zwijgen over de negatieve invloed dat dit heeft op de prestaties van de werknemer. Daarnaast lijdt vaak ook het privéleven van de werknemer onder deze omstandigheden. Uiteindelijk belandt hij of zij in een situatie waar voor het gevoel niet meer uit te ontsnappen is. Dit dit maakt dat hij of zij niet meer op de werkvloer wil verschijnen. Er is geen sprake van een ziekte, maar van een normale werkbare situatie kan ook niet gesproken worden.

Roze verzuim

Bij roze verzuim is er sprake van een aparte situatie. De medewerker in kwestie werkt gewoon door en is altijd aanwezig op de werkvloer. Er wordt dus ook geen ziekte of verzuim daadwerkelijk aangegeven of geconstateerd. Terwijl de medewerker in kwestie wel degelijk lijdt aan bepaalde klachten. Toch is roze verzuim op een andere manier meetbaar op te merken. De prestaties van de betreffende werknemer gaan zienderogen achteruit. Dit heeft alles te maken met de klachten waar de werknemer onder gebukt gaat. Deze klachten kunnen allerlei oorzaken hebben, zoals overwerkt zijn, lijden aan teveel stress waardoor prestaties negatief worden beïnvloed. Wanneer werknemers doorwerken terwijl ze klachten hebben, werken ze potentieel een burn-out in de hand.

Vaak zijn dit zeer betrokken medewerkers, die steeds trouw en loyaal op de werkvloer te verschijnen en zichzelf te vergeten. Zij belanden in een situatie waarbij zowel de werkgever als de werknemer in kwestie uiteindelijk geen baat bij hebben. De productiviteit gaat achteruit, de prestaties worden minder. Het verschijnsel waarbij een werknemer met klachten alsnog dagelijks op de werkvloer verschijnt wordt presenteïsme genoemd. Medewerkers hebben hierdoor een aanzienlijk grotere kans op een burn-out. Het is voor lichaam en geest essentieel om op tijd rust te nemen, jezelf niet te overwerken. Wanneer dit dan toch gebeurd is het wachten op het moment dat het misgaat.

Redenen van roze verzuim

Roze verzuim is ten eerste moeilijk of helemaal niet te herkennen. Een werknemer weet meestal prima te doen alsof er niets aan de hand is. Vaak komt de werknemer ook gewoon normaal over, waardoor het zeer lastig is om iets van klachten te kunnen herkennen. De vraag is natuurlijk waarom een medewerker besluit om ondanks reële klachten toch te komen werken. Dit kunnen vele redenen zijn.

Voorbeelden uit de praktijk zijn er inmiddels (achteraf) wel. Een reden die vaak wordt genoemd is ‘bang om mijn baan te verliezen’. Wanneer een werknemer in een groot bedrijf werkt met vele werknemers, krijgen sommige werknemers al snel een gevoel dat ze niet persé een meerwaarde hebben als werknemer ten opzichte van een willekeurige andere werknemer. De gedachte is vaak dat wanneer ze zouden aangeven ziek te zijn of anderszins klachten op te geven, de kans op ontslag groter wordt.

Werknemers kunnen dus vrezen dat hun baan op de tocht staat en kiezen er daarom voor om dan toch maar door te werken, tegen beter weten in. Gevolg hiervan is naast de gedaalde productiviteit ook een forse dagelijks terugkerende mate van stress. Op deze manier wordt de werknemer zowel lichamelijk als geestelijk dagelijks teveel belast. Roze verzuim is dan ook te duiden als een verminderd werkvermogen.

Focus op roze verzuim!

De les die menig onderneming hieruit dan ook zou moeten trekken is dat men zich niet enkel bezig houdt met de grijze, zwarte en witte types van verzuim. Natuurlijk zijn de witte en de zwarte varianten makkelijker detecteerbaar, de grijze in wat mindere mate. Misschien is het roze verzuim wel de belangrijkste van de 4 besproken soorten verzuim. Want niemand is gediend bij een overwerkte werknemer die, als gevolg van roze verzuim, uiteindelijk belandt in een situatie van een burn-out. Een burn-out kan in bepaalde gevallen tot jaren duren voordat dit over gaat.

Als een onderneming roze verzuim vroegtijdig kan signaleren, is dit niet alleen beter voor de werknemer in kwestie, maar net zo goed een kostenbesparende post voor de onderneming. Los van het menselijke leed dat een burn-out bij medewerkers met zich meebrengt, kost een burn-out al snel €70.000,-. Een onderneming heeft er, net zoals de werknemer overigens, dus alle belang bij om roze verzuim tijdig te constateren.

Wanneer roze verzuim eenmaal is vastgesteld bij een werknemer, is het belangrijk dat hier z.s.m. preventieve maatregelen voor genomen worden. De langdurig opgebouwde stress en de lichamelijke vermoeidheid moeten nu de kans krijgen volledig tot rust te komen.

Belangrijk hierbij is het inschakelen van een professional, die begrijpt hoe een persoon veerkrachtig aan het werk kan blijven. Zowel de medewerker als de werkgever dragen hier de vruchten van.

Vooral de varianten grijze en roze verzuim zijn vaak moeilijke gebieden voor bedrijven. Klachten en oorzaken zijn moeilijk vast te stellen omdat de werknemer die om allerlei redenen voor zich houdt. Wat zeker vastgesteld kan worden is dat werkgevers zich (ook in hun eigen belang) veel meer zouden moeten verdiepen in grijze en roze verzuim. Het mes snijdt aan twee kanten: De werkgever heeft een productieve werknemer en de werknemer zit niet gevangen in een leven vol stress en angst.

Steeds meer werkgevers pakken deze handschoen dan gelukkig ook op. Ze zien in dat het vroegtijdig herkennen maar vooral het liefst geheel voorkomen van grijze en roze verzuim ook in hun eigen voordeel werkt. Zo richten steeds meer bedrijven flexibele werkplekken in, in een ontspannen setting. Daarnaast is communicatie in de vorm van evaluatiegesprekken toegenomen. Niet alleen het functioneren van de werknemer staat centraal in zo’n gesprek, maar wordt er ook steeds vaker gekeken naar de gehele mens. Hoe de werknemer zich voelt bijvoorbeeld, waar hij of zij opmerkingen of aanmerkingen heeft. Ook zijn er steeds vaker aanspreekpunten bij ondernemingen waar werknemers vertrouwelijk terecht kunnen met zaken die zij anders voor zich zouden. Op deze manier komt belangrijke informatie toch bij de werkgever terecht en kan deze aanpassingen doorvoeren op de werkvloer om grijze en roze verzuim te voorkomen.

Bron: Ruud Meulenberg