Juiste bewaartermijn van administratie particulieren

Veel mensen bewaren al hun papieren veel te lang. Om maar even een voorbeeld te noemen: het polis blad van de zorgverzekering krijg je elk jaar opnieuw, telt gemiddeld 40 pagina’s en neemt dus ruimte in de kast in. En dat terwijl deze zo opnieuw is op te vragen bij de zorgverzekeraar, en waarschijnlijk ook op het internet te vinden is.

Maar wat is dan wel de juiste termijn voor het bewaren van alle papieren? We hebben alles eens voor je op een rijtje gezet.

Je leven lang

  • Notariële stukken (bijv. testamenten, akten)
  • Diploma’s, certificaten en getuigschriften
  • Arbeidscontracten
  • Inentingspapieren
  • Jaaropgaven en -overzichten
  • Medische documenten
  • Trouwboekje-samenlevingscontract
  • Geboorte-adoptie-erkenningspapieren

5 jaar (particulieren)

  • Belastingpapieren
  • Salarisstroken
  • Bankafschriften

Particulieren zijn niet wettelijk verplicht hun administratieve gegevens (zoals bankafschriften en loonstrookjes) te bewaren. Maar de belastingdienst mag tot 5 jaar terug belasting navorderen. Daarom is het verstandig om je administratie in ieder geval 5 jaar te bewaren.

7 jaar (ondernemers)

  • Grootboek
  • Debiteuren- en crediteurenadministratie
  • In- en verkoopadministratie
  • Loonadministratie
  • Voorraadadministratie
  • Papieren m.b.t. onroerende goederen moet je minimaal 10 jaar bewaren

Tot het einde van de overeenkomst

  • Verzekeringspolissen (alleen laatste exemplaar)
  • Lidmaatschapsbewijzen/abonnementen (alleen laatste exemplaar)
  • Pensioenoverzichten
  • Garantiebewijzen/aankoopbonnen
  • Servicecontracten
  • Arbeidsovereenkomst
  • Huurcontract
  • Autopapieren incl. rekeningen garage zolang de auto eigendom is.

Ouder worden, bereid je voor op de toekomst

Stel je vermogen zeker

Hoe zit het met het huwelijksvermogensrecht, schenkingsrecht en erfrecht?

De kans is groot dat je in je leven een vermogen hebt opgebouwd. Dit vermogen kan bijvoorbeeld bestaan uit spaargeld, aandelen en/of een tweede woning. Maar ook schulden of een krediet bij een webwinkel vallen onder het vermogen.

Over je vermogen betaal je in principe belasting. Dit is afhankelijk van de waarde van de bezittingen en de hoogte van de schulden: de waarde van de bezittingen moet hoger zijn dan de waarde van je schulden.

Naarmate je ouder wordt, kan het voordeel opleveren om je financiële nalatenschap te plannen: Estate planning. Houd hierbij rekening met het huwelijksvermogensrecht, het schenkingsrecht en het erfrecht.

Huwelijksvermogensrecht

Ben je voor 1 januari 2018 getrouwd? Dan ben je in principe getrouwd in gemeenschap van goederen, tenzij anders aangegeven. Dit betekent dat al je vermogen – zowel bezittingen als schulden – gemeenschappelijk bezit zijn. Hetzelfde geldt voor stellen die een samenlevingscontract hebben afgesloten. Voor huwelijken die na 1 januari 2018 zijn afgesloten geldt dat je in principe in beperkte gemeenschap van goederen trouwt. Privé vermogen en vermogen gekregen uit schenkingen of erfenissen vallen buiten het gemeenschappelijk bezit. Wil je dit anders regelen? Dan moet je dit vast laten leggen bij de notaris.

Schenkingsrecht

Tijdens je leven kun je schenkingen doen. Op deze manier kun je de erfenis verkleinen, zodat er minder erfbelasting betaald hoeft te worden. In 2019 zijn schenkingen tot € 2.173 vrij van schenkbelasting. Schenk je aan je kinderen? Dan is een schenking tot € 5.428 vrij van schenkbelasting. Daarnaast kun je gebruikmaken van de eenmalig verhoogde vrijstelling. Door een deel van je vermogen te schenken, betalen de erfgenamen over het algemeen minder erfbelasting. Let op: schenkingen die binnen 180 dagen voor een overlijden zijn gedaan, gelden voor de erfbelasting wel als erfenis. Over deze schenkingen moet dus gewoon erfbelasting worden betaald. Een evenredig deel van de schenkbelasting die eerder over deze schenkingen is betaald, wordt verrekend met de erfbelasting. Er is 1 uitzondering op deze regel: erfgenamen betalen geen erfbelasting als de schenking binnen 180 dagen voor overlijden is gedaan en zij gebruik hebben gemaakt van de eenmalig verhoogde vrijstelling voor schenkingen.

Erfrecht

Heb je geen testament op laten stellen? Dan bepaalt het erfrecht wie je erfgenamen zijn en hoeveel zij erven. Over het algemeen erven dan alleen je echtgenoot of geregistreerd partner en je bloedverwanten. Wil je zelf bepalen wie wat krijgt na jouw overlijden en bijvoorbeeld ook de kleinkinderen iets schenken? Dan kun je dit vast laten leggen in een testament door de notaris. Meer informatie over het erfrecht vind je hier op de website van de Belastingdienst. Houd er rekening mee dat een erfenis niet alleen bestaat uit alle bezittingen, maar ook uit schulden die je eventueel achterlaat. En hoe zit het met de erfbelasting? Wat als jouw partner eerder komt te overlijden dan jij? Er zijn veel zaken om over na te denken.

Kom je er niet uit? Wij als financieel adviseur of de notaris kan je hier meer over vertellen.

Erfenisrecht gehuwden? Hoe werkt dit?

Regel de erfenis

Je wilt er niet bij stilstaan, maar toch is het belangrijk om je erfenis te regelen. Als jij komt te overlijden wil je natuurlijk dat je partner goed achterblijft. Dit doe je door over de erfenis na te denken en dit vast te leggen in een testament.

Samenwonen en erven

Als jij en je partner samenwonen en er één van de twee komt te overlijden, erven jullie niet automatisch van elkaar. Wanneer er niets is vastgelegd in het testament of in het samenlevingscontract gaan alle bezittingen van de persoon die overleden is naar de ouders, broers en zussen. Hebben jullie bijvoorbeeld samen het huis ingericht? Dan gaat de helft van de inrichting naar de familie van je partner. Het is echter wel mogelijk om in het samenlevingscontract afspraken vast te leggen over jullie bezittingen. Je kunt bijvoorbeeld vastleggen dat de woning en jullie gezamenlijke bezittingen in geval van overlijden eigendom worden van de andere partner. Op basis van het samenlevingscontract hoeven de bezittingen daarom niet verdeeld te worden over de familie.

Trouwen/geregistreerd partnerschap en erven

Wanneer jij je handtekening zet onder een huwelijksakte of akkoord gaat met het geregistreerd partnerschap, worden jullie automatisch elkaars erfgenaam. Is er niets vastgelegd in een testament, dan erf jij automatisch van je partner wanneer hij of zij komt te overlijden. Deze erfenis moet wel gedeeld worden met eventuele kinderen. Deze regels gelden voor zowel getrouwde stellen als partners die wettelijk geregistreerd staan in de burgerlijke stand.

Testament

Als je komt te overlijden, bepaalt de wet je erfenis. Je kunt echter ook zelf bepalen wat er met jouw bezittingen moet gebeuren. Dit doe je door de erfenis vast te laten leggen in een testament. In een testament kun je bijvoorbeeld op laten nemen wie je erfgenamen zijn en welk deel zij krijgen. Wil je personen uit de erfenis schrappen of juist aan de lijst met erfgenamen toevoegen? Dan kun je dit ook vast laten leggen in het testament. Ook leg je in je testament vast wie de erfenis moet afhandelen. Tot slot is het mogelijk om in het testament vast te laten leggen wie het recht krijgt om in de woning te blijven wonen. Als je niks vastlegt in een testament, dan erven de partner én kinderen. Hebben jij en je partner samen een huis én heb je kinderen, dan moeten je partner en je kinderen de waarde van de (helft van de) woning verdelen. In het testament kun je vastleggen dat 1 erfgenaam na jouw dood het vruchtgebruik krijgt van de woning. Dat betekent dat hij of zij in de woning mag blijven wonen zonder dat daar een vergoeding voor betaald dient te worden. De andere erfgenamen blijven mede-eigenaar van de woning, maar zij mogen er zelf niet gaan wonen, de woning slopen, verbouwen of verkopen.

 

Een duurzame verbouwing financieren

Steeds meer huiseigenaren zijn geïnteresseerd in duurzaam verbouwen. Dat is ook niet zo verwonderlijk. Het is niet alleen goed voor het milieu maar uiteindelijk ook voor je portemonnee. Je kunt flink besparen op je energierekening door bijvoorbeeld een energiezuinige ketel, of zonnepanelen te plaatsen of door het aanbrengen van extra isolatie. Maar hoe kun je zo’n duurzame verbouwing financieren? Wij lichten je de mogelijkheden toe.

Hypotheek duurzaam verbouwen

Je kunt energiebesparende voorzieningen meefinancieren in je hypotheek. Sinds 2018 kun je maximaal 100% van de waarde van de woning aan hypotheek krijgen. Als je je huis energiezuiniger wilt maken dan gelden er andere regels. Je kunt dan tot 106% van de waarde van de woning lenen. Je moet het bedrag boven de 100% dan wel besteden aan energiebesparende maatregelen.

Duurzaam verbouwen en NHG

Wil je een hypotheek afsluiten met NHG dan kun je ook meer lenen. De NHG-kostengrens in 2019 is € 290.000 (in 2018 € 265.000). Wil je investeren in energiebesparende maatregelen dan stijgt de kostengrens naar € 307.400 ( in 2019 € 280.900). Die extra financieringsruimte moet je wel besteden aan de energiebesparende maatregelen.

Meer lenen bij energiebesparende maatregelen

Bij het bepalen van je maximale hypotheek kijkt de geldverstrekker onder andere naar je inkomen. Wil je energiebesparende maatregelen toepassen en verdien je (samen met je partner) € 33.000 bruto per jaar of meer? Dan kun je maximaal €9.000 extra lenen. Voorwaarde is wel dat je dit bedrag gebruikt voor energiebesparende voorzieningen.

Als je je huis wilt renoveren naar een ‘nul op de meter’ woning dan kun je op basis van je inkomen zelfs € 25.000 extra lenen. Een ‘nul op de meter’ woning is een woning waarbij in een jaar even zoveel energie wordt opwerkt, dan er wordt verbruikt. Je hebt in dat geval geen of nauwelijks energielasten. Daarom is het verantwoord om meer te lenen.

Rentekorting duurzaam verbouwen

Er zijn ook steeds meer geldverstrekkers die een korting geven op de hypotheekrente als je een energiezuinig huis koopt. Of als je energiebesparende maatregelen doorvoert. De mogelijkheden en voorwaarden verschilt per geldverstrekker. Je hypotheekadviseur kan je hier meer over vertellen.

Duurzaam verbouwen met de Energiebespaarlening

Een van de initiatieven van de overheid is de Energiebespaarlening. Via deze lening kun je voor het toepassen van energiebesparende maatregelen een bedrag van € 2.500 tot € 25.000 lenen tegen een gunstige rente. Wil je je huis renoveren tot een ‘nul op de meter’ woning dan kun je zelfs tot €50.000 lenen. De Energiebespaarlening moet je, afhankelijk van de hoogte van het bedrag binnen 7, 10 of 15 jaar terugbetalen. Dit is sneller dan bij een hypotheek, die mag je namelijk in 30 jaar terugbetalen.

Duurzaamheidslening

Diverse gemeentes stimuleren inwoners om hun huis energiezuiniger te maken. Dit doen ze door het financieel aantrekkelijk te maken door een duurzaamheidslening aan te bieden. Dit is een lening waarmee je tegen een gunstig tarief en voorwaarden energiebesparende maatregelen in je huis kunt toepassen. De duurzaamheidslening wordt niet door elke gemeente in Nederland aangeboden. Op de site van Stimuleringsfonds Volkshuisvesting kun je nagaan welke gemeentes de lening aanbieden. https://www.svn.nl/

Investeringssubsidie Duurzame Energie

De overheid ziet graag dat huishoudens minder gas gebruiken en juist meer duurzame warmte. Je kunt daarom subsidie krijgen als je een zonneboiler, warmtepomp, pelletkachel of biomassaketel plaatst. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van wat je precies aanschaft. Je moet de subsidie binnen 6 maanden na plaatsing van het apparaat aanvragen. Meer informatie hierover vind je op de website van de Rijksdienst van Ondernemend Nederland (RVO).

Welke oplossing past bij jou?

Er zijn dus veel mogelijkheden om energiebesparende maatregelen te financieren. Welke optie het beste is voor jou, is afhankelijk van je wensen en mogelijkheden. Een adviseur kan dit voor jou inzichtelijk maken.

Zo spaar je voor de studie van je kind

Tijdens de gesprekken die ik voer met mijn klanten heb ik het vaak over wensen in de toekomst.

Vaak zijn deze wensen niet eens extravagant, maar juist erg normaal. “Mijn hypotheek wat verder aflossen”. “Mijn kinderen helpen met een fijne start”.

Een appeltje voor de dorst. Mijn klanten zijn zich bewust dat ze hiervoor geld opzij moeten zetten en dat doen ze dan ook keurig elke maand.

Steeds meer van mijn klanten doen het echter anders dan gemiddeld. Zij beleggen in plaats van sparen. Niet omdat ze enorm veel risico willen lopen, maar omdat ze snappen dat het slim is om het anders te doen.

In dit stuk lees je hoe zij succes halen, dat voor jou ook mogelijk is.

Even wat context. Beleggen in dit artikel is niet all-in op een aandeel en hopen. Nee het is gespreid (honderden verschillende aandelen in allerlei landen) beleggen met een lange horizon.
Ik help klanten niet met gouden tips naar enorme onrealistische rendementen. Nee ik help mijn klanten bij het bereiken van hun wensen.

Wat is de truc waardoor mijn klanten een veel hoger rendement halen dan de spaarrekening met hun maandinleg?

Ze beleggen het!

Kijk eens naar het plaatje hieronder:

Je ziet hier gesimuleerd wat een beleggingsportefeuille met een jaarlijkse inleg van 1.000,- in 100% wereldwijde aandelen doet.

Startjaar: het jaar dat je start met inleggen

Jaar rendement: het rendement dat jaar van de 100% aandelenportefeuille

Ontwikkeling storting: De waarde aan het einde van 2018 als je in het startjaar was begonnen met inleggen

Gemiddeld rendement: Gemiddeld rendement over de hele periode dat je belegd hebt

Kies maar een jaar dan meer dan 10 jaar terug ligt. Wat valt je op?

Inderdaad, je gemiddelde rendement is positief. Sterker nog; het slechtste gemiddelde rendement is 6,5% per jaar (1998 en 1997).

Dit komt omdat je periodiek inlegt. Elk jaar inleggen zorgt automatisch dat je zowel hoog als laag inkoopt. Je middelt dus je winst en verlies.

Een ander voordeel is dat je in het begin de waardeontwikkeling redelijk gelijkmatig is. Zeker als je elke maand stort. Je went dus makkelijker aan beleggen.

Als je namelijk eenmalig stort is een daling of stijging van de beurs beter te zien, maar als je dan weer bijlegt dan vallen de schommelingen in waarde mee.

Stel je voor dat je voor je kind iets wilt opbouwen. Wat gebeurt er als je met een looptijd van 18 jaar gaat beleggen in aandelen?

In dit plaatje had 18.000 inleg vanaf 2001 een verdubbeling betekent. Want eind 2018 is het vermogen gegroeid naar 37.330,75.

En dan ben je gestart midden in een beurscrisis en heb je ook nog de financiële crisis achter de kiezen.

Dus wil jij ook wensen bereiken met kleine stapjes? Laten we eens een afspraak maken en bepalen hoeveel jij per maand kunt missen voor later.

De kans is groot dat het meer is dan je denkt!

Ik help je graag.

Alles over roze, grijs, wit en zwart (ziekte-) verzuim

Soorten verzuim: Om uiteenlopende redenen hebben bedrijven in meer of mindere mate te maken met ziekteverzuim van hun werknemers. Dit kan natuurlijk een simpel griepje zijn dat met enkele dagen weer is opgelost. Maar er doen zich ook steeds meer gevallen voor waarbij de oorzaken wat moeilijker direct aan te wijzen zijn. Deze oorzaken hebben veelal te maken met stress of zelfs een burn-out bij de werknemer. Hieraan ten grondslag liggende redenen kunnen uiteenlopen van teveel hooi op de vork nemen, teveel uren draaien of teveel spanning.

Een werknemer presteert over het algemeen het best wanneer er een goede balans bestaat tussen de hoeveelheid stress en de hoeveelheid welbevinden. Er is dus zoiets als teveel en te weinig stress. Wanneer deze balans verstoord is en dit maar lang genoeg doorgaat, belandt de werknemer in een negatieve spiraal. Dit beïnvloed niet alleen de werknemer in kwestie, maar ook de onderneming waar hij of zij werkzaam is. De prestaties van de werknemer zullen bij teveel of juist te weinig stress zienderogen afnemen. Ook de resultaten die wel geboekt worden zullen in mindere mate van optimale kwaliteit zijn.

Dit verschijnsel heeft overigens niets te maken met onwil of een gebrek aan motivatie als er sprake is van teveel stress. Wanneer er sprake is van te weinig stress juist weer wel. Er moet in dat geval gezocht worden naar meer uitdagende werkzaamheden. Het is daarom belangrijk om een goede balans te creëren op de werkvloer tussen stress en ontspanmomenten zodat de resultaten en de productie van de werknemers aanzienlijk zullen toenemen en verbeteren.

Verzuimbeleid

De meeste bedrijven en organisaties houden er een verzuimbeleid op na. Dit houdt in dat zij regels hebben opgesteld die intreden wanneer er sprake is van verzuim. Met een dergelijk beleid proberen de ondernemingen en organisaties ziekte bij werknemers te voorkomen of in ieder geval te reduceren tot een minimum. Hierbij wordt ook preventief gepoogd een zodanig optimaal klimaat te scheppen op de werkvloer van de betreffende organisatie in de hoop dat verzuim minder vaak zal voorkomen.

Soorten verzuim

Wanneer een werknemer ziek is of om andere redenen niet aanwezig kan zijn op het werk, dan is er sprake van verzuim. Verzuim is op te delen in meerdere varianten. Er zijn meerdere soorten verzuim. Zo is er om te beginnen het zogenoemde ‘Wit verzuim’.

Wit verzuim

Bij wit verzuim is er sprake van een medewerker die niet op de werkvloer aanwezig is. Dit kan bijvoorbeeld zijn omdat hij of zij te lang heeft blootgestaan aan teveel stress. Een mogelijk gevolg hiervan is bijvoorbeeld een burn-out. Bij een burn-out ben je zowel emotioneel als fysiek zodanig overbelast gedurende een te lange tijd, dat er letterlijk niets meer uit je handen kan komen. Je bent te moe om enig werk te verzetten. En als je in een zeldzaam geval al enige energie hebt om iets te doen, wordt dat proces weer vertraagd of zelfs gedwarsboomd door je emotionele toestand.

Piekeren neemt de overhand en dit gaat maar door waardoor je in een vicieuze cirkel belandt waar je moeilijk of zelfs niet uitkomt. Bij wit verzuim ben je dan ook aantoonbaar ziek, dit is een vereiste bij wit verzuim. Je kan laten vaststellen dat je ziek bent door bijvoorbeeld een psycholoog of de bedrijfsarts.

Zwart verzuim

In het geval van zwart verzuim is er sprake van een situatie waarbij de medewerker niet op de werkvloer aanwezig is, maar daar eigenlijk geen geldige reden voor heeft. Dit kan bijvoorbeeld zo zijn om dat de werknemer in kwestie simpelweg liever uitslaapt of iets anders gaat ondernemen die dag. Wel doet hij of zij dit dus onder het mom van ziek zijn. Er wordt hier dus misbruik gemaakt van de regels, ook wel fraude genoemd. De werknemer kan in dit geval ook niet aantonen dat hij of zij daadwerkelijk ziek is, simpelweg omdat dit niet het geval is. Mensen die vatbaar zijn voor burn-out, zijn de mensen die vrijwel nooit zwart verzuimen.

Grijs verzuim

Bij grijs verzuim is er sprake van een mix tussen wit verzuim en zwart verzuim. De werknemer in kwestie gaat met aantoonbare klachten ziek naar huis toe. Dit is dan ook objectief vastgesteld door een arts of psycholoog. Hierdoor is hij of zij afwezig van de werkvloer. Vervolgens blijft de werknemer voor langere tijd afwezig, ook al is dit inmiddels medisch gezien niet langer vereist. Er kunnen diverse andere redenen hiervoor aan ten grondslag liggen. Zo kan een werknemer privéproblemen hebben, bijvoorbeeld in de relationele sfeer. Ook zijn dagelijks terugkerende financiële problemen vaak een oorzaak. Door de stress die gepaard gaat met deze reeds bestaande problemen, creëren werknemers er zo steeds meer problemen bij. Een negatieve, vicieuze cirkel zet zich in.

Dit trekt emotioneel gezien een zodanig zware wissel op het dagelijkse bestaan dat dit een aanleiding kan zijn om geen puf te hebben om op het werk te verschijnen. Zo komt het ook geregeld voor dat wanneer een werknemer bijvoorbeeld een slechte verhouding heeft met zijn of haar baas, de werknemer besluit niet langer te komen opdagen. Bijvoorbeeld omdat de werkdruk te hoog ligt. Dit brengt dagelijks veel stress met zich mee, om nog maar te zwijgen over de negatieve invloed dat dit heeft op de prestaties van de werknemer. Daarnaast lijdt vaak ook het privéleven van de werknemer onder deze omstandigheden. Uiteindelijk belandt hij of zij in een situatie waar voor het gevoel niet meer uit te ontsnappen is. Dit dit maakt dat hij of zij niet meer op de werkvloer wil verschijnen. Er is geen sprake van een ziekte, maar van een normale werkbare situatie kan ook niet gesproken worden.

Roze verzuim

Bij roze verzuim is er sprake van een aparte situatie. De medewerker in kwestie werkt gewoon door en is altijd aanwezig op de werkvloer. Er wordt dus ook geen ziekte of verzuim daadwerkelijk aangegeven of geconstateerd. Terwijl de medewerker in kwestie wel degelijk lijdt aan bepaalde klachten. Toch is roze verzuim op een andere manier meetbaar op te merken. De prestaties van de betreffende werknemer gaan zienderogen achteruit. Dit heeft alles te maken met de klachten waar de werknemer onder gebukt gaat. Deze klachten kunnen allerlei oorzaken hebben, zoals overwerkt zijn, lijden aan teveel stress waardoor prestaties negatief worden beïnvloed. Wanneer werknemers doorwerken terwijl ze klachten hebben, werken ze potentieel een burn-out in de hand.

Vaak zijn dit zeer betrokken medewerkers, die steeds trouw en loyaal op de werkvloer te verschijnen en zichzelf te vergeten. Zij belanden in een situatie waarbij zowel de werkgever als de werknemer in kwestie uiteindelijk geen baat bij hebben. De productiviteit gaat achteruit, de prestaties worden minder. Het verschijnsel waarbij een werknemer met klachten alsnog dagelijks op de werkvloer verschijnt wordt presenteïsme genoemd. Medewerkers hebben hierdoor een aanzienlijk grotere kans op een burn-out. Het is voor lichaam en geest essentieel om op tijd rust te nemen, jezelf niet te overwerken. Wanneer dit dan toch gebeurd is het wachten op het moment dat het misgaat.

Redenen van roze verzuim

Roze verzuim is ten eerste moeilijk of helemaal niet te herkennen. Een werknemer weet meestal prima te doen alsof er niets aan de hand is. Vaak komt de werknemer ook gewoon normaal over, waardoor het zeer lastig is om iets van klachten te kunnen herkennen. De vraag is natuurlijk waarom een medewerker besluit om ondanks reële klachten toch te komen werken. Dit kunnen vele redenen zijn.

Voorbeelden uit de praktijk zijn er inmiddels (achteraf) wel. Een reden die vaak wordt genoemd is ‘bang om mijn baan te verliezen’. Wanneer een werknemer in een groot bedrijf werkt met vele werknemers, krijgen sommige werknemers al snel een gevoel dat ze niet persé een meerwaarde hebben als werknemer ten opzichte van een willekeurige andere werknemer. De gedachte is vaak dat wanneer ze zouden aangeven ziek te zijn of anderszins klachten op te geven, de kans op ontslag groter wordt.

Werknemers kunnen dus vrezen dat hun baan op de tocht staat en kiezen er daarom voor om dan toch maar door te werken, tegen beter weten in. Gevolg hiervan is naast de gedaalde productiviteit ook een forse dagelijks terugkerende mate van stress. Op deze manier wordt de werknemer zowel lichamelijk als geestelijk dagelijks teveel belast. Roze verzuim is dan ook te duiden als een verminderd werkvermogen.

Focus op roze verzuim!

De les die menig onderneming hieruit dan ook zou moeten trekken is dat men zich niet enkel bezig houdt met de grijze, zwarte en witte types van verzuim. Natuurlijk zijn de witte en de zwarte varianten makkelijker detecteerbaar, de grijze in wat mindere mate. Misschien is het roze verzuim wel de belangrijkste van de 4 besproken soorten verzuim. Want niemand is gediend bij een overwerkte werknemer die, als gevolg van roze verzuim, uiteindelijk belandt in een situatie van een burn-out. Een burn-out kan in bepaalde gevallen tot jaren duren voordat dit over gaat.

Als een onderneming roze verzuim vroegtijdig kan signaleren, is dit niet alleen beter voor de werknemer in kwestie, maar net zo goed een kostenbesparende post voor de onderneming. Los van het menselijke leed dat een burn-out bij medewerkers met zich meebrengt, kost een burn-out al snel €70.000,-. Een onderneming heeft er, net zoals de werknemer overigens, dus alle belang bij om roze verzuim tijdig te constateren.

Wanneer roze verzuim eenmaal is vastgesteld bij een werknemer, is het belangrijk dat hier z.s.m. preventieve maatregelen voor genomen worden. De langdurig opgebouwde stress en de lichamelijke vermoeidheid moeten nu de kans krijgen volledig tot rust te komen.

Belangrijk hierbij is het inschakelen van een professional, die begrijpt hoe een persoon veerkrachtig aan het werk kan blijven. Zowel de medewerker als de werkgever dragen hier de vruchten van.

Vooral de varianten grijze en roze verzuim zijn vaak moeilijke gebieden voor bedrijven. Klachten en oorzaken zijn moeilijk vast te stellen omdat de werknemer die om allerlei redenen voor zich houdt. Wat zeker vastgesteld kan worden is dat werkgevers zich (ook in hun eigen belang) veel meer zouden moeten verdiepen in grijze en roze verzuim. Het mes snijdt aan twee kanten: De werkgever heeft een productieve werknemer en de werknemer zit niet gevangen in een leven vol stress en angst.

Steeds meer werkgevers pakken deze handschoen dan gelukkig ook op. Ze zien in dat het vroegtijdig herkennen maar vooral het liefst geheel voorkomen van grijze en roze verzuim ook in hun eigen voordeel werkt. Zo richten steeds meer bedrijven flexibele werkplekken in, in een ontspannen setting. Daarnaast is communicatie in de vorm van evaluatiegesprekken toegenomen. Niet alleen het functioneren van de werknemer staat centraal in zo’n gesprek, maar wordt er ook steeds vaker gekeken naar de gehele mens. Hoe de werknemer zich voelt bijvoorbeeld, waar hij of zij opmerkingen of aanmerkingen heeft. Ook zijn er steeds vaker aanspreekpunten bij ondernemingen waar werknemers vertrouwelijk terecht kunnen met zaken die zij anders voor zich zouden. Op deze manier komt belangrijke informatie toch bij de werkgever terecht en kan deze aanpassingen doorvoeren op de werkvloer om grijze en roze verzuim te voorkomen.

Bron: Ruud Meulenberg

Tijdelijk contract? Dit zijn je rechten

Een tijdelijk contract – officieel een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd – is een contract dat in de meeste gevallen na een afgesproken periode automatisch stopt. Je werkgever hoeft niet naar het UWV of de kantonrechter om het contract te ontbinden. Wat zijn jouw rechten en plichten als werknemer met een tijdelijk contract? We zetten de feiten voor je op een rij.

Heb je een contract voor minder dan zes maanden, dan mag je werkgever geen proeftijd opnemen

Een proeftijd is een periode waarin zowel jij als je werkgever de arbeidsovereenkomst direct mag opzeggen. Heb je een tijdelijk contract voor een periode korter dan zes maanden, dan kan er geen proeftijd in de arbeidsovereenkomst worden opgenomen. Indien het contract langer dan 6 maanden duurt, dan mag dit wel. In je cao lees je welke regels er voor jou gelden.

Een tijdelijk contract kan niet zomaar ontbonden worden

Een tijdelijk contract kan alleen tussentijds worden stopgezet als die mogelijkheid in het contract is opgenomen. Is dit niet het geval en wil jouw werkgever jou toch ontslaan, dan moet hij het contract laten ontbinden door het UWV of de kantonrechter.

Na 2 jaar moet je werkgever je een vast contract geven

Heb jij een tijdelijk contract en werk je langer dan 2 jaar bij je werkgever? Dan heb je recht op een vast contract, tenzij anders aangegeven in je cao. Bovendien is dit alleen het geval als er minder dan 6 maanden tussen de tijdelijke contracten zit. Hier lees je meer

Na 3 opvolgende tijdelijke contracten heb je recht op een vast contract

Een reeks van opvolgende tijdelijke contracten wordt een keten genoemd. Zit er minder dan 6 maanden tussen de drie opvolgende contracten, dan wordt je tijdelijke contract automatisch omgezet in een vast contract. Voorwaarde is wel dat de tijdelijke contracten niet worden onderbroken door een periode langer dan zes maanden (tussenpoos). Dan begint de ketenbepaling namelijk opnieuw en mag je werkgever jou opnieuw 3 tijdelijke contracten geven. Let op: in je cao kunnen afwijkende regels voor tijdelijke contracten staan.

Heb jij een tijdelijk contract voor een periode langer dan 6 maanden? Dan geldt de aanzegtermijn

Heeft jouw werkgever jou een tijdelijk contract gegeven voor een periode langer dan 6 maanden? Dan is hij verplicht jou uiterlijk een maand voor afloop van het contract schriftelijk te informeren of de overeenkomst wordt voortgezet of niet. Dit wordt de aanzegtermijn genoemd. Hier lees je meer

Heeft jouw werkgever de aanzegtermijn niet aangegeven? Dan heb je recht op een vergoeding

Indien jouw werkgever bij een tijdelijk contract langer dan 6 maanden niet (op tijd) aangeeft of jouw contract wel of niet verlengd wordt, heb je mogelijk recht op een vergoeding. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van de datum waarop jouw werkgever aangeeft dat het contract niet wordt verlengd. De vergoeding kan oplopen tot een maandsalaris.

Als je na twee jaar in dienst je baan verliest heb je recht op een vergoeding

Verlies jij na twee jaar je baan en ligt het initiatief hiervoor bij je werkgever? Dan heb je recht op een transitievergoeding. Dit geldt ook wanneer je tijdelijke contracten niet verlengd worden. Of je recht hebt op een transitievergoeding en wat de hoogte van de vergoeding is, lees je hier

Ziek? Dan krijg je maximaal 2 jaar loon doorbetaald van je werkgever

Je werkgever betaalt maximaal 2 jaar minstens 70% van je loon door als je een tijdelijk contract hebt en ziek wordt. Loopt jouw tijdelijke contract af terwijl jij ziek thuis zit? Dan lees je hier waar je recht op hebt https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ontslag/vraag-en-antwoord/heb-ik-recht-op-een-vergoeding-als-ik-word-ontslagen

Hoe staat jouw pensioen ervoor?

Hoe staat uw pensioen ervoor?

Wanneer ga je met pensioen? Heb je nog vele jaren te gaan of is het al bijna zover? Voor iedereen is het zinvol om af en toe eens stil te staan bij de vraag: hoe ziet mijn inkomen na pensionering eruit? Uit onderzoek is gebleken dat maar weinig Nederlanders een goed beeld hebben van hun pensioeninkomen. Tijd voor meer inzicht dus, zodat je op tijd actie kunt ondernemen mocht dat nodig zijn.

Ons pensioenstelsel rust op drie pijlers. Wij lichten deze drie onderdelen graag kort toe.

  1. De AOW als basis

De basis van je pensioeninkomen is de uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet, de AOW. Dit is een uitkering van de overheid. De politiek bepaalt de hoogte van de uitkering en wanneer deze ingaat. In het verleden ging de AOW in op 65-jarige leeftijd. Sinds 2013 gaat de AOW-leeftijd in stappen omhoog naar 67 jaar in 2021. Vanaf 2022 hangt de AOW-leeftijd af van de levensverwachting. De uitkeringen die op grond van de AOW plaatsvinden, worden opgebracht door de mensen die nog aan het arbeidsproces deelnemen. Met een sterke groei van het aantal senioren en een dalend aantal mensen dat aan het arbeidsproces deelneemt, komt er steeds meer spanning te staan op de AOW-uitkering.

  1. Pensioen via werkgever

Wanneer je bij een werkgever in dienst bent, bouw je in veel gevallen bij deze werkgever pensioen op. Werkgever en werknemer betalen gedurende de arbeidsperiode daarvoor maandelijks een premie. Het pensioenfonds of de pensioenverzekeraar belegt deze premies. Uit de premies en het behaalde rendement wordt in de toekomst een pensioenuitkering gedaan. De hoogte van de pensioenuitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de rekenrente en het rendement dat het fonds of de verzekeraar met de ingelegde premies behaalt. In de afgelopen jaren staat dit rendement onder druk. Dit leidt ertoe dat de pensioenuitkeringen ook onder druk staan. De meeste pensioenuitkeringen zijn daardoor in de afgelopen jaren minder hard gestegen dan de inflatie. Dit betekent dus dat de koopkracht van de pensioenen minder wordt. Niet alle werkgevers kennen een pensioenregeling. Het is van belang dit na te gaan voor uw situatie.

  1. Eigen voorzieningen

Het derde onderdeel van het pensioenstelsel zijn de aanvullende pensioenvoorzieningen die je zelf bij een bank of verzekeringsmaatschappij kunt afsluiten. In de meeste gevallen mag je de premie of inleg in het jaar dat deze betaald wordt van het belastbaar inkomen aftrekken. Dit levert dan dus een belastingvoordeel op. Gevolg is dat de uitkering die na pensionering plaatsvindt belast is, vaak echter tegen een lager tarief.

Optelsom van de drie pijlers

Door te kijken naar de drie pijlers kun je je een beeld vormen van je daadwerkelijk te bereiken pensioeninkomen. Vaak wordt gezegd dat het inkomen na pensioen zo’n 70% is van het laatstverdiende salaris. De werkelijkheid is echter dat dit maar voor een beperkt aantal Nederlanders klopt. Voor een groot deel van de mensen zal het werkelijke inkomen na pensionering (fors) lager liggen. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Je bouwt bijvoorbeeld geen of te weinig pensioen op bij je werkgever. Je bent ondernemer. Je hebt een tijdje in het buitenland gewoond waardoor de AOW-uitkering lager is geworden. Of je bent gescheiden en hebt een stuk van jouw ouderdomspensioen moeten afstaan aan je ex-partner. Er zijn vele oorzaken te benoemen waarom mensen een pensioentekort kunnen hebben.

Wat te doen?

Wij kunnen voor u nagaan hoeveel pensioen je opbouwt, en beoordelen of dit voldoende voor je zal zijn. Wij kijken daarbij ook naar andere factoren, zoals de vraag of je op pensioendatum nog een hypotheek zult hebben. En zo ja, hoe hoog is deze en wat ben je hier maandelijks aan kwijt? Vervolgens kunnen we samen met je vaststellen hoeveel inkomen je nodig hebt, of graag zou willen hebben na pensioendatum. Als er sprake is van een pensioen gat, kunnen we bekijken hoe we dit kunnen oplossen. Zo kun je bijvoorbeeld maandelijks gaan inleggen op een lijfrenterekening of -verzekering. Ook kunt u extra gaan aflossen op uw hypotheek. Er zijn verschillende mogelijkheden. Ook gewoon “netto” sparen of beleggen kan een oplossing zijn.

Wil je graag advies over je pensioenvoorzieningen? We beginnen dan eerst met een Persoonlijk Financieel Inzicht Pensioen. Neem gerust vrijblijvend contact met ons op.

0412 85 17 00 of info@confiante.nl

Op kamers wonen? Zorg dat je niet teveel betaalt

De krapte op de woningmarkt is ook voor studenten die op zoek zijn naar een studentenkamer voelbaar. Het vinden van een betaalbare woonruimte in de steden lijkt dan ook een onmogelijke taak. Een gering aanbod, hoge kosten en de noodzaak om iets te vinden zorgen ervoor dat studenten minder kieskeurig en alert worden. Maar pas op: oplichters maken hier dankbaar gebruik van.

Natuurlijk ben je blij als je na maanden zoeken, rondvragen en leuren eindelijk beethebt: die mooie studentenkamer die je op Facebook hebt gezien is voor jou. Maar juich niet te vroeg. Helaas maken oplichters maar al te graag gebruik van jouw nood om een kamer te vinden. Steeds vaker betalen studenten de eerste maand huur, borg en administratiekosten zonder dat zij ooit een huissleutel in handen krijgen. Vervolgens blijkt de kamer al verhuurd of zelfs helemaal niet te bestaan. Het geld zien zij nooit meer terug

Voorkom dat jij wordt opgelicht

Vaak maken studenten snel geld over naar de verhuurder, omdat ze er zeker van willen zijn dat de kamer voor hen is. Doe dit niet! Check eerst of de kamer wel echt te huur staat en vraag een bezichtiging aan. Soms gebruiken oplichters foto’s van huizen die niet van hen zijn. Dit kun je zelf controleren door middel van Google Image Search. Ga met je muis op de foto staan, klik met je rechtermuisknop op de foto en kies voor ‘Afbeelding zoeken in Google’. Vind je dezelfde foto’s bij een ander adres? Dan is het foute boel. Vraag daarom altijd eerst om een bezichtiging. Ziet de woning er goed uit? Vraag dan bij de buren of ze weten van wie het pand is en of dit te huur staat. Heb je twijfels? Dan kun je via het kadaster controleren wie de eigenaar van het pand is.

Zo betaal je niet teveel voor je studentenkamer

Is alles in orde? Dan kun je een huurcontract vragen. In het huurcontract staan afspraken over de huurprijs (kale huur en servicekosten) en andere afspraken, zoals het gebruik van voorzieningen als telefoon en internet. Vraagt jouw verhuurder jou om bemiddelingskosten – ook wel administratiekosten, contractkosten of eenmalige kosten huurder genoemd – te betalen voor de huur van een kamer, doe dit dan niet. Sinds 1 juli 2016 is het namelijk verboden om bemiddelingskosten in rekening te brengen bij de huurder. Een bemiddelaar mag alleen kosten rekenen als jij hem vraagt een kamer of woning te zoeken die geen deel uitmaakt van zijn eigen woningaanbod.

Bemiddelingskosten terugvragen

Heb je toch bemiddelingskosten – of andere kosten om te kamer te mogen huren – betaald, dan kun je dit tot 5 jaar na ondertekening van het contract terugvragen. Doe dit eerst rechtstreeks bij de verhuurder. Lukt dat niet? Stuur dan een e-mail of aangetekende brief om de kosten terug te vragen. Vaak weet de verhuurder dat het verboden is en betaalt hij of zij je het bedrag terug. Is dit niet het geval? Dan kun je naar De Geschillencommissie of de rechter stappen.

Te hoge huur? Schakel de Huurcommissie in

Studenten betalen gemiddeld €400,- per maand aan kale huur voor hun studentenkamer. Woon jij als student in Rotterdam, Amsterdam of Haarlem? Dan is de kans groot dat jij maandelijks nog meer geld over moet maken naar je huurbaas. Vaak is deze hoge huur onterecht. Binnen zes maanden na ondertekening van het contract kun je daarom de Huurcommissie vragen de beginhuur te toetsen aan de maximale huurprijsgrens. Daarbij houdt de Huurcommissie ook rekening met de aanwezigheid van gebreken. Beoordeelt de Huurcommissie de waarde van de woning lager, dan is de verhuurder verplicht dat bedrag te rekenen. Dit kan je veel geld besparen. Heb je een huurcontract voor onbepaalde tijd? Dan hoef je je geen zorgen te maken dat de verhuurder je uit de woning zet nadat jij bezwaar hebt gemaakt tegen de hoge huur. Als huurder heb je veel rechten, waardoor de verhuurder je er niet zomaar uit mag zetten.

Je bent 18, en nu?

Het is zover: eindelijk ben je echt volwassen. Je hebt er al jaren naar uit gekeken. Vanaf nu mag je stemmen, (af en toe) een biertje of wijntje drinken, je rijbewijs halen én op jezelf wonen. Zodra je deze mijlpaal bereikt hebt, ben je ook zelf verantwoordelijk voor je geldzaken. Best spannend natuurlijk en daarom helpen we je graag op weg met een checklist zodat jij zeker weet dat je ook op financieel gebied je zaken goed op orde hebt.

Vraag je DigiD aan

DigiD staat voor digitale identiteit. Met jouw eigen DigiD kun je inloggen op websites van de overheid en in de zorg. Je DigiD is gekoppeld aan je Burgerservicenummer waardoor deze instanties direct over je gegevens beschikken. Veilig en handig wanneer je bijvoorbeeld wilt kijken hoe het met jouw zorgverzekering zit of als je wilt weten of je recht hebt op toeslagen. Het aanvragen van je eigen DigiD doe je hier.

Regel je verzekeringen

Denk om te beginnen aan je zorgverzekering. Iedereen in Nederland is verplicht om een basiszorgverzekering af te sluiten. Zodra je volwassen bent val je niet meer automatisch onder de zorgverzekering van je ouders. Mogelijk kun je je nog steeds via hen verzekeren, maar bespreek dit eerst. Sluit je zelf een zorgverzekering af, dan moet je de premie ook zelf betalen. Deze premie bedraagt gemiddeld iets meer dan 100 euro per maand. Check daarom wel even of je in aanmerking komt voor zorgtoeslag. Dat kan hier via de site van de Belastingdienst. Inloggen doe je met je DigiD. Ga je op jezelf wonen, vergeet dan ook overige verzekeringen niet zoals een aansprakelijkheidsverzekering, doorlopende reisverzekering en inboedelverzekering. In sommige gevallen ben je ook als je op jezelf woont (tot een bepaalde leeftijd) nog meeverzekerd op de polis van je ouders. Controleer of dit zo is en zo ja, wat de voorwaarden zijn. Je wilt natuurlijk wel goed verzekerd zijn als er iets misgaat.

Krijg inzicht in je geldzaken

Alles kost geld: nieuwe kleren, het abonnement van je smartphone, uitgaan en noem het maar op. Vanaf nu zijn je ouders niet langer verantwoordelijk voor jouw financiën: jij bent zelf verantwoordelijk voor eventuele schulden, betalingsachterstanden en afgesloten contracten. Daarom is het belangrijk dat je inzicht krijgt in je geldzaken: hoeveel verdien je met je (bij)baan en wat zijn je kosten? Maak een overzicht van je inkomsten en uitgaven, bijvoorbeeld door middel van een app. Waarschijnlijk heb je al een betaal- en spaarrekening. Hoeveel geld zet jij elke maand apart? Zorg voor een financiële buffer. Bij onvoorziene kosten, bijvoorbeeld wanneer je fiets gestolen wordt of als je smartphone het begeeft, kun je een beroep doen op dit spaargeld. Je ouders zijn overigens wel verplicht om er tot je 21e voor te zorgen dat jij onderdak, kleding, voeding, scholing en medische hulp krijgt.

Tegemoetkoming scholieren?

Zit jij nog op de middelbare school? Dan kun je een tegemoetkoming scholieren aanvragen bij DUO (Dienst Uitvoerend Onderwijs). Deze tegemoetkoming komt in de plaats van de kinderbijslag die je ouders elk kwartaal ontvingen. Ook dit vraag je aan met je DigiD. Dat kan hier.

Op jezelf wonen

Wil jij op jezelf wonen? Vanaf je 18e kun je je inschrijven bij je gemeente voor een sociale huurwoning. Houd er wel rekening mee dat het even kan duren voordat je in aanmerking komt voor een woning. Hoe eerder je je inschrijft, hoe beter. De minimumleeftijd voor inschrijving is meestal 18 jaar, maar soms kun je je ook al met 16 jaar inschrijven. Heb jij al een woning gevonden? Ga je bijvoorbeeld op kamers wonen in je studentenstad? Dan lees je hier waar je allemaal aan moet denken.

Studeren kost geld

Start jij met een vervolgstudie? Dan zijn er allerlei zaken om rekening mee te houden op financieel gebied. Je kunt dit checken op deze link https://www.adfiz.nl/finfin/studeren/uitgaven-student

Succes!